Het Tiende Gebod

Prediking van Pastor T. J. de Ruiter
 

Exodus 20:3-7: "Gij zult niet begeren het huis van uw naaste, gij zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is."

Inleiding

Prediking over en op grond van de Tien Geboden komt in charismatische en vernieuwingsgemeenten niet veel voor. Dit is waarschijnlijk een reactie op de grote wettische nadruk in het historische en reformatorische Christendom. In veel kerken leefde men meer onder de wet, met dikwijls aangepaste gehoorzaamheid aan de Tien Geboden, dan onder de genade van God, zoals door Jezus Christus gebracht en door zijn apostelen onderwezen.

De meeste evangelische christenen weten echter dat zij niet meer onder wet, maar onder de genade zijn, zoals Paulus heeft geleerd; zie o.a. Romeinen 6:14. "En," zo redeneren sommigen dan, "als we niet meer onder de wet zijn, hebben we niets meer te maken met de wet. Daarom schaffen we niet slechts het voorlezen van de wet af, maar ook het prediken over de wet."

Maar dit is ten dele een overreactie, want in de wet zijn leerzame en goede onderwijzingen aanwezig. De wet is in geheel niet slecht of ongeestelijk. De neiging tot wetticisme zit in de mens zelf, die is vlees. In Christenen kan de natuurlijke, oude mens, nog altijd tot ongeestelijke inzichten en gedragingen verleiden. Paulus zag dit scherp en stelde overtuigd vast in Romeinen 7:12-14 dat de wet heilig, goed en geestelijk is. Van belang is voor ogen te houden dat de wet niet boven de genade van God staat, maar eronder, hoewel hij historisch gezien wel eerst was gegeven.

Zoals de tekst aangeeft zal ik in deze prediking voor de opbouw van ons geloof in het bijzonder bij het tiende gebod stilstaan..

De Tien Geboden, (verkorte vorm)

1.   Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
2.   Gij zult u geen gesneden beeld maken, van wat boven in de hemel is,
      noch van wat beneden op de aarde is.
3.   Gij zult de Naam van de HERE, uw God niet ijdel gebruiken.
4.   Gedenk de Sabbatdag, dat gij dien heiligt.
5.   Eer uw vader en uw moeder.
6.   Gij zult niet doodslaan.
7.   Gij zult niet echtbreken.
8.   Gij zult niet stelen.
9.   Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
10. Gij zult niet begeren....  iets dat van uw naaste is.
 

Het Tiende Gebod over onwettige begeerte
Gij zult niet begeren iets dat van uw naaste is

De voorgaande geboden - één tot en met negen - spreken alle over zaken, die de Israëliet wel of niet mag doen. Men zal zich niet buigen voor een afgod; men zal de sabbat houden, men zal niet echtbreken, niet doden, niet stelen, niet liegen enz. Het Tiende Gebod spreekt over het hart van de mens: U zult niets begeren dat niet van u is. Ik kan het ook zo vertalen: Je zult niet iets begeren dat jou niet gegeven is. Met het Tiende Gebod vestigt God de aandacht op de bron van handelingen in het hart van de mens. Aan de grondslag van verkeerde daden ligt een verkeerde begeerte. Het Tiende Gebod impliceert dat God de mens verantwoordelijk stelt voor de richting en intensiteit van de begeerten, de lusten, die vanuit zijn hart veel van zijn handelen bepalen.

Zonde begon met een begeerte

In de Bijbel, in Genesis hoofdstuk 3, is een oeroud verhaal de eerste zonde opgeschreven, dat door velen voor een mythe wordt aangezien.

God, de Schepper, had de mens in het paradijs verboden van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten. Dat moet Hij met een goed motief hebben verboden, dat kan niet anders. Hij wilde niet dat de mens in zichzelf het vermogen zou wakker maken om zowel goed als kwaad te kennen en te doen. Deze optie was wel aanwezig opdat het niet slechts een gebod van Hem zou zijn, maar de mens het zelf ook uit een bewuste keuze zou omarmen.

Het niet eten van die boom garandeerde het grootste geluk voor de mens, namelijk die van de volkomen reine, onschuldige, goede staat.

De slang, het levende symbool van een sluwe, sinistere, moordzuchtige geestelijke macht, de satan, maakte echter op subtiele wijze wel die verboden begeerte wakker in het hart van de mens, een begeerte naar hetgeen God nu juist de mens niet had willen geven om zijn zuivere, onschuldige staat te veilig te stellen.

Wat lezen we in Genesis 3? Dat toen de slang Eva op die verboden vrucht wees, zij zag dat die vrucht 'begeerlijk' was. Met die uitdrukking 'begeerlijk' wordt erop gewezen dat er een begeerte was opgewekt. Eva voelde voor het eerste een vreemde aantrekkingskracht in haar, een innerlijke zuigkracht, naar iets, dat eigenlijk verboden was; zo is de begeerte in de wereld gekomen. In het Tiende Gebod stelt God dat de begeerte naar iets, dat ons, als individu in een samenleving, niet toebehoort, verboden is.

Nu maak ik een grote sprong naar het Nieuwe Testament. Ik wil laten zien dat het Oude Testament met zijn verhaal van de zondeval en het Tiende Gebod grote betekenis heeft.

Jezus over onwettige begeerte

In de bergrede, die de hoofdstukken 5, 6 en 7 van Matteüs betreedt Jezus het terrein van het Tiende Gebod.

Hij wees erop - lees Matteüs 5:28 - dat als men getrouwd is, reeds zondigt als men een andere vrouw begeert. Hij zei dat als je reeds in je hart een andere vrouw begeert je in je hart reeds echtbreuk pleegt. Hij zei ook dat in plaats van zo in je hart te zondigen, je nog beter je oog kunt uitrukken. Want het is uiteindelijk beter met één oog naar de hemel te gaan, dan met twee in de hel te belanden. Dat is krasse taal - kort door de bocht - zouden wij zeggen. "Heer, kunt u dit niet wat liefdevoller kunnen zeggen, met wat meer begrip voor de zwakte van de mens?"

Neen, de Heer gooit er nog een schepje bovenop - vers 30. Als je iets begeert, wat jou niet toebehoort en je pakt het met je hand. Kun je beter je hand afhakken en zo naar de hemel gaan, dan met twee handen in de hel terecht te komen. Wie schrikt er nog van deze woorden vandaag? Kunnen we de heftigheid ervan wat afzwakken - dat kan en dat moet ook. De Heer gebruikte namelijk een Hebreeuwse stijlfiguur, waarmee de Joodse leraren dikwijls op krachtige wijze een bepaald beginsel of een onderwijzing wilden duidelijk maken. Natuurlijk bedoelde Hij niet dat wij onze ogen moeten uitrukken of onze handen moeten afhakken, alsof het kwaad daarin zit. Het kwaad zit in het hart van de mens, waarmee niet het lichamelijk hart wordt bedoeld, maar de zetel, de bron van verlangens, begeerten, driften en gedachten. Dat 'hart' kunnen we niet uitrukken - dat hoeft ook niet. God heeft een veel betere oplossing om de mens van zijn zondig hart, dat vol van onmatige, onwettige, onreine en boze begeerten is, te verlossen: Hij wil de mens een nieuw hart geven'; zie Ezechiël 36:25-27.

De apostel Jacobus over begeerte

De apostel Jacobus onderwijst zeer scherp en analytisch juist het proces van de zonde in hoofdstuk 1 vers 14, "Maar zo vaak iemand verzocht wordt - tot zonde, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte. Daarna als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde, en als de zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort."

We kijken nog even naar het verhaal van de eerste verleiding tot zonde. De satan suggereerde en infiltreerde de leugen in het denken van Eva. Voor de begeerte, die in haar opkwam was Eva zelf verantwoordelijk. Dit mag haar niet worden ontnomen en zo is het voor elk mens. De mens laat de begeerte wakker worden door de verleiding van het vlees en de ogen; zie 1 Johannes 2:16.

Corrie ten Boom heeft dit proces zo voorgesteld: Een mens kan er niets aan doen dat er vogeltjes boven zijn hoofd vliegen - denk hierbij aan zondige gedachten of influisteringen - maar hij kan wel voorkomen dat zij een nestje op zijn hoofd bouwen - denk hierbij aan het omvatten en koesteren - het bevruchten, zoals Jacobus dit noemt - van boze begeerten.

De apostel Petrus over begeerte

Ook de apostel Petrus is zeer scherp en duidelijk over de ernst van het kwaad van de begeerte. Hij ziet het als de hoofdoorzaak van de werking van het verderf. Ik lees 2 Petrus 1: 4, "door deze (God) zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf datů door de begeerte in de wereld heerst."

Wat bedoelt de apostel met 'door de begeerte?' De uitstrekking van het ego, het ik, naar datgene dat hem niet door God gegeven is. Deze begeerte is in wezen de opstand van het beperkte schepsel tegen Gods wil voor hem uit ontevreden boosheid dat hij niet heeft wat God bezit en niet gelijk aan Hem is.

Nu ik dit heb vastgesteld, constateer ik in de Schrift dat dit dan ook precies de boosaardige leugen was, die de slang satan voorhield. Genesis 3:5, "Maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet - dat is van de verboden vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad - uw ogen geopend zijn, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad."

De apostel Paulus over een wortel van alle kwaad

Tot slot de grote leerapostel Paulus over het kwaad van het onwettige begeren in de mens. Hij ziet - zo schreef hij in 1 Timoteüs 6:10 - de hebzucht als een - let op: niet de - wortel van alle kwaad. Het Griekse woord dat Paulus hier gebruikte, heeft betekenis van begeerte in de verschijning van hebzucht en vrekkigheid.

Paulus geeft een praktische en realistische invulling aan het tiende gebod, want draait het niet veelal om geld, om bezit, om de macht van financieel vermogen? Want wie vermogend is, kan alles bezitten en bereiken wat zijn hart maar begeert. Hier is het verband tussen begeerte en geldzucht. Het is de geldzucht, die maakt dat veel mensen weinig willen geven. En, helaas, ook veel Christenen zijn zich maar weinig bewust van deze verschijningsvorm van de begeerte.

De hebzucht, concreet de geldzucht, heeft tot gevolg dat anderen tekort komen. Het onmatig verrijken van jezelf gaat dikwijls - indien niet altijd - ten koste van anderen, die niet ontvangen wat hen toekomt. In verband hiermee wijs ik op hetgeen Jacobus schreef in zijn brief. hoofdstuk 5:4, "Zie, het loon dat door u is ingehouden van de arbeiders, die uw landen hebben gemaakt, schreeuwt, en het geroep van hen, die uw oogst hebben binnengehaald, is doorgedrongen tot in de oren van de Heer Sebaot." Dit is een woord, dat ook in onze huidige, moderne maatschappij, hoogst serieus moet worden genomen.

Komt geldzucht, hebzucht, vrekkigheid onder Christenen voor? Wat denkt u? Het spreken over de hebzucht en met name over geldzucht en vrekkigheid maakt een prediker in Nederland niet geliefd en dat lot zal mij ook nu wel treffen.

Ik wijs er alleen op dat ons omgaan met het geld en zeker met betrekking tot de gemeente en het werk van God in het algemeen, heel veel over onze geestelijkheid vertelt. In het Oude Testament is er de wet op het geven van de tienden aan het huis en de dienst van God. Die tienden eiste God op voor zichzelf, dat wil zeggen voor zijn huis en zijn dienstknechten, die hij tot zijn dienst had afgezonderd.

Israël heeft het altijd ook met het naleven van deze wet moeilijk gehad. Profeten moesten keer op keer constateren dat er tekorten in het huis van God waren en riepen op tot gehoorzaamheid in het brengen van de tienden.

Hoe is het met ons, christenen, gesteld? Begint iemand zich nu ongemakkelijk te voelen? Denkt iemand nu: "Deze preek gaat niet de goede kant op?" Maar, laat me u enigszins gerust stellen, ik kom tot het slot. Ik geef u wat vragen mee naar huis, waarover u kunt en behoort na te denken.

Slot

Ik zeg dit tot u: kind van God let op de richting van uw begeerten. Waarmee bent u bezig in uw gedachten en fantasieën? Waar gaat uw hart naar uit? Ik heb er in deze prediking op gewezen dat God de mens verantwoordelijk houdt voor zijn eigen begeerten. Hij moet zijn begeerten, de lusten van zijn hart, nauwlettend in de gaten houden en indien nodig door vergeving, en reiniging door de Heilige Geest zijn hart heiligen.

Vraag uzelf eens af en onderzoek uzelf erop: Gaat mijn begeren uit naar God en het doen van zijn wil? Kruisig ik het begeren van het vlees? Ben ik tevreden met wat God mij heeft gegeven? Is het mijn begeerte de Heiland van harte te dienen en Hem te volgen? Is het mijn begeren de Heilige Geest te gehoorzamen, die in mij woont en niet te voldoen aan het begeren van het vlees? Wat dat laatste betreft: Dit staat tegenover het begeren van de Geest, schreef de apostel Paulus duidelijk in Galaten 5:17.

Ik zeg u: wie gehoorzaam is aan het begeren van de Heilige Geest, die in hem woont, zal door die Geest van Christus het Tiende Gebod willen en kunnen vervullen. Want in hem zal niet de hebzucht, de onwettige begeerte, overwinnen, maar de godsvrucht. Amen.

~~~~~~~~~~~

Een vraag? E-mail... Pastor T. J. de Ruiter

Voor instandhouding van de bediening van Teun & Tessa de Ruiter kunt u een bijdrage storten op rekening 48.13.69.376 van T. J. de Ruiter bij de Abn-Amrobank.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
site 'Informatie & Proclamatie' sinds 1 juli 2010 / pagina vernieuwd 29 juli 2010 / Pastor T. J. de Ruiter / The Netherlands